Nieuwbouw in de stad vooral kleinere huurappartementen

In de afgelopen dertig jaar zijn bijna 2,2 miljoen nieuwbouwwoningen gebouwd. In binnenstedelijk gebied worden naar verhouding meer meergezinswoningen (zoals flats of appartementencomplexen), huurwoningen en kleinere woningen gebouwd. Buiten de stad worden meer grote eengezins-koopwoningen gebouwd. Dit meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Van de bijna 2,2 miljoen nieuwbouwwoningen die van 1995 tot en met 2024 zijn gebouwd, zijn ruim 1,1 miljoen woningen in buitenstedelijk gebied gebouwd en ruim 1,0 miljoen in binnenstedelijk gebied. Met de term binnenstedelijk bedoelt het CBS: in gebieden waar al woningen stonden, in stad of dorp. In de periode 1995 tot 2009 werden de meeste nieuwbouwwoningen buitenstedelijk gebouwd, de afgelopen vijftien jaar juist vaker binnenstedelijk.

Van de bijna 1 miljoen binnenstedelijke nieuwbouwwoningen die tot en met 2023 zijn gebouwd, is bijna 67 procent een meergezinswoning. Dat kan een flat zijn, een beneden- of bovenwoning of een appartement. Buitenstedelijk is hier minder van gebouwd: 1 op de 5 woningen is daar een meergezinswoning. Daar worden naar verhouding meer rijtjeshuizen (tussenwoningen en hoekwoningen), twee-onder-een-kap- en vrijstaande woningen gebouwd.

Eind 2023 is ruim de helft van de sinds 1995 gebouwde binnenstedelijke nieuwbouwwoningen een huurwoning. Van de woningen die vanaf 2015 gebouwd zijn is dat 67 procent, waarvan ruim de helft een private huurwoning is. Van de oudere binnenstedelijke woningen, met een bouwjaar tussen 1995 en 2004, is bijna 44 procent een huurwoning.

Ruim een kwart van de buitenstedelijke nieuwbouwwoningen is een huurwoning. Ook daar is bij recenter gebouwde woningen het aandeel private huurwoningen groter dan bij oudere woningen.